Algemeen

Afscheid

Vier weken geleden overleed mijn oma. Hoewel ze al 92 jaar oud was, kwam haar dood toch redelijk onverwachts. Ik heb het geluk dat ik in mijn leven tot nu toe niet heel regelmatig met verlies te maken heb gehad. Rouwen en omgaan met de dood is dan ook niet iets waar ik veel ervaring mee heb. Laat staan onze kinderen. Haar dood deed veel met mij. Het bracht mij uit balans in een periode waarin de balans sowieso ver te zoeken was. Maar hoe tegenstrijdig ook, haar overlijden bracht ook mooie dingen. Ik vond het vooral bijzonder te zien hoe de kinderen met haar overlijden omgingen en de impact die haar sterven ook nu nog op hen heeft. Thema’s als afscheid nemen en herinneren zijn opeens veel dichter aan de oppervlakte komen te staan dan voorheen. Soms komt het heel subtiel ter sprake, op andere momenten enorm expliciet. Vaak verrast het me. Maar er van een afstandje naar kijkend kan ik alleen maar zeggen dat ik het mooi vind om te zien hoe die kinderbreintjes daar mee omgaan.

Ik vond het bijzonder te zien hoeveel kinderen op die leeftijd oppikken.

Op de dag dat oma overleed sprak ik met de kinderen. Ik vertelde ze dat mama verdrietig was omdat oma Assendelft die middag overleden was. Ik vroeg ze of ze wisten wat dat betekende. “Nee”, zei de vijfjarige. “Ja”, zei de zevenjarige, “dat betekent dat ze dood is”. Zo nuchter als hij het zei, zoveel zag ik gebeuren in zijn gezichtje. We spraken kort over wat er was gebeurd. “Waar is ze dan aan dood gegaan? Welke ziekte had ze? Want veel mensen gaan dood aan kanker”, zo stelde de oudste plompverloren. Ik keek hem verbaasd aan. Kanker is, gelukkig, geen gespreksonderwerp dat bij ons veel aan de eettafel voorbijkomt. Ik vond het bijzonder te zien hoeveel hij op die leeftijd elders toch heeft opgepikt. We spraken nog even verder en toen gingen de kinderen over tot de orde van de dag: hun kinderboekenweekcadeautjes lagen te wachten.

Nu de feiten bekend waren, kwam er ruimte voor de gevoelens.

Die avond had de vijfjarige geen zin om te gaan slapen. Hij haalde al de bekende trucs uit de kast maar had toen nog één nieuwe troef achter de hand: “Ik mis oma”. We kletsen wat. We knuffelden wat. En toen ging hij toch maar slapen. Voor hem was het goed zo. De oudste ging gewoon naar bed. Maar na een tijdje kwam hij beneden. “Mam, ik wil nog even wat weten over oma. Hoe laat was ze nu precies overleden? En waar?”. Ik vroeg waarom hij dat wilde weten. “Dan schrijf ik het even op een briefje, zodat ik het morgen goed kan vertellen op school. Ik moet dan opschrijven: gister om 1 uur is oma in het ziekenhuis overleden. Want morgen is vandaag gisteren”. Hij schreef een briefje, legde het op zijn stoel en maakte aanstalten om weer naar bed te gaan. Maar niet voordat hij nog opmerkte: “Wel zielig voor de mensen in het ziekenhuis waar ze is overleden. Zij werken daar om mensen beter te maken en dan gaat er iemand dood”. Zo rationeel als hij de situatie met zijn briefje leek te benaderen, zo veel meer ging er onbewust om in zijn hoofd. Hij ging naar boven, maar niet veel later keerde hij terug. In tranen deze keer. Nu de feiten bekend waren, kwam er ruimte voor de gevoelens. 

Ik herkende in zijn reactie, ook hoe het bij mij was gegaan. Op het moment dat ik hoorde dat mijn oma op sterven lag, reageerde ik eerst rationeel. “Ik moet even bellen. Mijn overleg over een kwartier kan ik even niet doen. Wil jij die afzeggen? Bij het overleg over een uur sluit ik gewoon aan hoor. Dat lukt wel”. Maar dat lukte natuurlijk helemaal niet. Want nadat ik iets meer wist over de feitelijkheden, kwamen ook bij mij de gevoelens.

Waarom zouden we bloemen kopen, ze kan ze tóch niet meer zien.

De dagen daarna stonden voor mij in het teken van het voorbereiden op het afscheid. De kinderen kregen hier zijdelings dingen van mee. Op zaterdagochtend wilden we naar de bloemist, een boeket bestellen voor de uitvaart. De oudste wilde graag mee om zelf bloemen voor haar uit te zoeken. De middelste had daar helemaal geen trek in. “Waarom zouden we bloemen kopen, ze kan ze tóch niet meer zien”. En ook op de dag van haar uitvaart had hij er totaal geen zin in: “Waarom moeten we daar naar toe om afscheid te nemen? Ze is er toch niet meer?”. Feitelijk gezien had hij natuurlijk helemaal gelijk, maar leg een kind van vijf maar eens uit waarom afscheid nemen toch mooi kan zijn… We namen bloemen mee en ik had een kaart geschilderd. Voor mij een manier om vorm te geven aan mijn verdriet. De oudste hield de kaart vast, keek er eens goed naar en zei: “Mooi is hij mam. Wel jammer dat oma hem zelf niet kan zien”. Dat kon ik alleen maar beamen… 

In de weken erna bleek dat de woorden die gesproken waren tijdens de uitvaart indruk hadden gemaakt op de jongens.

We namen de kinderen mee naar de uitvaart. De jongste snapte er natuurlijk niets van. Zij vond de stilte en de aandacht alleen maar interessant. Omgekeerd op haar stoel liet ze de rij achter ons uitgebreid zien hoe zij haar rozijntjes at. Ze eerst aflikkend, daarna triomfantelijk in de lucht houdend, alvorens ze in haar mond te stoppen. Mijn partner moest al snel de zaal met haar verlaten. En toen ze later terugkwamen riep ze enthousiast door de zaal heen: “Hier is de Mareee!”. Voor haar was de aula één groot podium. De jongens zaten rustig op hun stoel te kijken. Wat er van de hele uitvaart binnenkwam vroeg ik mij af. Maar in de weken erna bleek dat ze allebei toch echt aandachtig hadden geluisterd. De woorden die gesproken waren hadden indruk op ze gemaakt. Een paar dagen na de uitvaart keek de oudste naar de rouwkaart waar een gedichtje op stond: “Hee, mam, dat is hetzelfde gedichtje als dat werd voorgelezen bij oma!”. En de middelste refereerde op een middag een paar weken later vanuit het niets naar iets wat ik had gezegd in de speech voor oma: “mam, jij was toch ook eens te laat?” Hoe bedoel je jongen? Nou, je was toch te laat met oma bellen? Dat zei je toen in je verhaal…”. Hij verraste mij compleet. Al die tijd hadden we het er niet echt meer over gehad, en zomaar riep een bepaald woord waaraan hij dacht een andere herinnering bij hem op. 

Jij denkt misschien dat iedereen 60 of 90 wordt, maar dat is helemaal niet zo.

Dat het afscheid van oma indruk heeft gemaakt blijkt ook uit andere gesprekken die de laatste tijd plaatsvonden. De oudste, verbolgen omdat we niet naar het halloweenfeest in de buurt waren gaan, riep boos uit: “Nu ben ik nog nóóit naar een halloweenfeest geweest. En jij denkt misschien dat iedereen 60 of 90 wordt, maar dat is helemaal niet zo. Er gaan ook kinderen dood. Misschien word ik morgen wel overreden door een motor. En dan heb ik nóóit halloween gevierd”. Het was in the heat of the moment ietwat melodramatisch, maar het was duidelijk dat sterfelijkheid in zijn hoofd meer betekenis heeft gekregen. 

Als ik er dan niet meer ben, dan kunnen jullie daar naar kijken.

Ook de middelste is, op een heel andere manier, meer bezig met het thema afscheid nemen. De afgelopen tijd speelde hij veel met strijkkralen. Hij maakt het ene kunstwerkje na het andere. Op een avond bedacht hij dat hij het bureautje op zijn kamer wilde opruimen: “Daar wil ik dan spulletjes neerzetten die jullie later aan mij doen herinneren. Als ik er dan niet meer ben, dan kunnen jullie daar naar kijken. Dan zien jullie welke boekjes ik graag las en welke werkjes ik heb gemaakt en dan weet je weer dat ik van Mario en Pokemon hield”. Hij deed zelfs nog het voorstel om alles in onze slaapkamer te zetten: “Dan hoeven jullie niet hélemaal naar boven te lopen!”. Daar hebben we vriendelijk voor bedankt. Inderdaad trof ik de volgende avond in zijn kamer een klein “monumentje” ter ere van hemzelf aan. Gelukkig verzachtte hij de omstandigheden van zijn toekomstige afwezigheid wel wat. Hij was dan niet dood hoor, maar woonde later gewoon niet meer bij ons. Als we hem dan misten konden we even naar zijn spulletjes kijken. 

De dood is iets vreemds. We weten dat het komt maar we weten zelden wanneer en het is lastig te voorspellen wat het met je doet als het eenmaal zo ver is. Dit geldt ook voor onze kinderen. Ik vind het mooi om te zien hoe zij ermee omgaan. Hoe het heen en weer kan vliegen tussen heel rationeel en onverwachts toch best emotioneel. Ik verbaas en verwonder mij over hun kijk hierop en geniet van de uitspraken die ze doen. Ik weet zeker dat mijn oma deze anekdotes ook prachtig had gevonden. En dat besef doet mij op zijn beurt ook weer goed. 

Delen?

You may also like...