Ik vind de wereld waar we in leven complex. Aan de ene kant worden we opgeroepen onze talenten te ontwikkelen, onszelf te ontplooien, dingen te doen waar we gelukkig van worden en ons daarbij zo min mogelijk aan te trekken van wat een ander daar al dan niet van vindt. Aan de andere kant worden we, zeker door social media, internet en televisie, overstelpt met informatie en meningen die ons aan het wankelen brengen. Doe ik het wel goed genoeg? Ben ik wel succesvol genoeg? Vinden anderen dat wat ik doe niet raar, of wat schijnbaar nog erger is, te burgerlijk? We worden continu geconfronteerd met “mooie beelden” die, of we dat nu willen of niet, ergens in onze hoofden worden opgeslagen en op onbewaakte ogenblikken als duveltjes uit doosjes tevoorschijn springen als referentiemateriaal. Vroeger had je misschien eens in de tien jaar een reünie van je middelbare school waar je twee uur lang je leven kon vergelijken met dat van anderen om vervolgens vol zelfvertrouwen óf enigszins gedesillusioneerd terug te keren naar je eigen saaie of niet zo saaie bubbel. Tegenwoordig kan door social media iedere dag voelen als een reünie met al je ogenschijnlijk meer succesvolle oud-klasgenoten.
“Waar zijn we nu helemaal mee bezig?”
De complexiteit houdt daar niet op. Er is tegenwoordig ook een tegenbeweging gaande die wil laten zien dat al die mooie plaatjes een farce zijn. Deze mensen tonen juist expliciet de minder mooie kanten van het leven of gaan dat wat anderen niet fijn of goed vinden juist extra hard omarmen. Denk aan de hele body positivity beweging. Opzich een mooie beweging. We hebben nu eenmaal niet allemaal maatje 36 en een maatje meer hoeft niet altijd ongezond te zijn. Maar tegelijkertijd zie ik nu ook jonge meisjes worstelen met hun zelfopgelegde body positivity. Want de rondingen die in hun puberteit ontstaan moeten ze nu in ene mooi vinden maar eigenlijk zijn sommige ze toch nog steeds liever kwijt dan rijk. Ook wij moeders kunnen er wat van. Ik krijg toch steeds een ongemakkelijk gevoel wanneer ik weer een foto of filmpje op Instagram voorbij zie komen van een jonge moeder die huilt tijdens de borstvoeding. Niet omdat borstvoeding geen pijn kan doen, ik de tranen niet herken of omdat ik vind dat je dat niet mag bespreken (tepelkloven, borstontsteking, geloof me, ik weet er alles van). Maar omdat we nu weer door lijken te slaan, de beelden geforceerd lijken te zijn (“oh ik huil, dit moet ik filmen” of nog erger “laat ik gaan huilen en dat filmen”) en ik mij afvraag: waar zijn we nu eigenlijk mee bezig? En om meteen ook maar zelfkritisch te zijn: ik draag hier met mijn blog misschien ook deels aan bij. Ik beschrijf immers ook niet alleen de leuke kanten van het ouderschap, maar ook de lastige, ironische, grappige en soms uitermate vervelende kanten. Al is mijn insteek vooral humor en relativering en niet zozeer een tegengeluid bieden.
“Het is simpel en complex tegelijkertijd: je kunt het nooit helemaal goed doen”
Al die plaatjes, die meningen, de vertaalslagen die mijn hoofd daar weer van maakt, beïnvloeden mij en de keuzes die ik maak. Of ik dat nu wil of niet. Het is simpel en complex tegelijkertijd: je kunt het nooit helemaal goed doen. Ook al zouden we dat wel willen. Er is altijd wel iets of iemand met een andere mening. Of dit nu de kijk is van iemand in je nabije omgeving die deze ook daadwerkelijk met je deelt of de indirecte online mening die de ether in is geslingerd. Je moet stevig in je schoenen staan om je niets aan te trekken van al die opinies. Zeker wanneer jezelf nog niet goed weet wat je wilt lijken al deze invloeden zwaarder mee te wegen.
“Daar zijn die stemmetjes weer”
Ook ik heb daar dus last van. Het heeft ervoor gezorgd dat ik niet altijd keuzes maakte die helemaal bij mij passen, dat ik sommige dingen niet uitsprak, bang voor het beeld dat de ander daardoor van mij zou kúnnen krijgen. Recentelijk ben ik begonnen met een coachopleiding. Een langgekoesterde wens waar ik eerder geen invulling aan durfde te geven. Toen ik zelf pas werkte, ruim tien jaar geleden, volgde ik een traineeship. Een belangrijk onderdeel van dit traject was coaching. Toen al zei ik tegen mijn coaches: “Wat een mooi beroep hebben jullie”. Ik keek wel eens naar een coachingsopleiding maar deed er niets mee. Als docent mocht ik al proeven van het “coachschap”. Nu, zoveel jaren en positieve ervaring met coaching verder, durf ik de stap wel te zetten. En net op het moment dat ik mij heb ingeschreven en enthousiast begin aan m’n eerste module, komt Arjen Lubach met een item over de wildgroei aan coaches. Tegelijkertijd word ik online overspoeld met advertenties van de coaches die beloven je met hun programma “in tien stappen bij je goud” te brengen. De term coach is besmet et voilà: daar zijn die stemmetjes weer. Mijn eigen “innerlijke criticus” zoals die in coachtermen zo mooi wordt genoemd, versterkt door de stemmen van Lubach, van anonieme online critici wiens reacties ik lees, van naasten wiens mening ik in mijn hoofd invul. Als ik niet oppas geef ik teveel ruimte aan die stemmetjes, nemen twijfels de overhand en laat ik mijn plezier erdoor vergallen.
“Mijn plezier was in één klap weg”
Dat is mij eerder overkomen. Ooit begon ik vol enthousiasme met het schrijven van een boek. Een historische roman. Wekenlang schreef ik iedere dag een aantal pagina’s tijdens mijn treinreis van Amsterdam naar Den Helder. Ik had er veel plezier in tot ik mijn “manuscript” besloot voor te leggen aan een paar lezers. Ik kreeg goedbedoelde feedback die ik interpreteerde als kritiek. Die woorden gaven mij op dat moment zo’n knauw dat mijn plezier in één klap weg was. Ik heb het manuscript nooit meer aangeraakt. Mijn “innerlijke stem” was destijds nog niet opgewassen tegen die andere stemmen. Laatst durfde ik het voor het eerst weer te bekijken. Zo slecht was het niet. Eigenlijk was het best een goed begin, al zeg ik het zelf. Wie weet pak ik het ooit, als we uit de luiers zijn en de kinderen zichzelf weten te vermaken, nog weleens op…
“Help, toch niet wéér zo’n coach?!”
Gelukkig sta ik tegenwoordig iets steviger in mijn schoenen. Ik kan wat beter van een afstandje aanschouwen wat er gebeurt. Ook als het mijzelf betreft. Ik laat me minder snel uit het lood slaan. Hoewel ik die stemmetjes zeker nog in mij heb, ben ik beter in staat ze de rug toe te keren. Toegegeven: ik vind het spannend om te zeggen dat ik misschien wel coach wil worden. Help, toch niet wéér zo’n coach?! Waarom zou ik anders zijn dan al die anderen? Misschien fungeert deze blog stiekem wel vooral als een soort van aan mijzelf gerichte peptalk. Nee, ik ga niet op zoek naar jouw goud. Ik heb ook geen geheime formule tot succes. Ik krijg nog steeds jeuk van goedbedoelde termen als “powervrouw”, “zelfliefde” en “in je kracht gaan staan”. Maar ik heb wel bepaalde kwaliteiten die ik graag verder wil ontwikkelen en op een andere manier wil inzetten en deze opleiding draagt daaraan bij. Wat ik leer neem ik mee in mijn werk met mijn studenten. Wie weet kan ik op den duur ook anderen hiermee gaan ondersteunen. De grootste winst die ik voor nu zie is dat ik mij bezighoudt met iets dat mij boeit. Dat mij aan het denken zet. En dat ik mij niet direct meer van de wijs laat brengen door anderen. Door wat zij vinden of wat ik dénk dat zij vinden. Dat, zou menig online coach zeggen, is toch goud waard!
