Algemeen

Het was even stil…

Het was even stil op de blog. De wil om te schrijven was er wel, de energie niet. Na de zomervakantie eindigde ook mijn zwangerschapsverlof en zou het “echte leven” weer beginnen. “Het zal weer even wennen zijn, maar de vorige twee keer is het ook gelukt, dus waarom nu niet?” dacht ik optimistisch. Maar naarmate het einde van mijn verlof dichterbij kwam nam de spanning toe. Ik was moe, had continu een gejaagd gevoel, mijn lontje werd korter en ik kreeg last van vage lichamelijke klachten. Eerst hield ik het een beetje op de naweeën van de zwangerschap. Maar al gauw kon ik er niet meer om heen. Mijn lichaam probeerde mij wat duidelijk te maken. Hoewel online zelftestjes natuurlijk niet de meest betrouwbare graadmeters zijn moest ik wel erkennen dat ik iets teveel vinkjes kon zetten bij kenmerken van overspannenheid of een burn-out. Vanuit verschillende personen kreeg ik de vraag: “Ben je er eigenlijk wel klaar voor om weer volledig te gaan werken?” Waar ik in eerste instantie dacht: “Ja natuurlijk, dat is toch gewoon niet anders?”, realiseerde ik mij na een paar keer: “Het is wel anders. Ík ben anders. En nee, ik ben er niet klaar voor”. Dus in plaats van te gaan werken de eerste dag na mijn vakantie, meldde ik mij ziek, en werd het ook op de blog even stil. 

Er ging een luikje open dat ik lange tijd krampachtig dicht had proberen te houden.

Toen ik eenmaal had toegeven dat het niet ging, ging er een luikje open dat ik lange tijd krampachtig dicht had proberen te houden. Het was een beetje zoals wanneer je besluit je huis op te ruimen. Dan moet de troep altijd eerst nog groter worden voordat het beter wordt. Ineens kwam er dan ook een stortvloed aan vermoeidheid en opgebouwde spanning naar buiten. Niet zozeer van de laatste zwangerschap maar eigenlijk van de afgelopen tien jaar. Een decennium waarin ik veranderde van student in een werkende moeder met drie kinderen. Tien jaar, drie prachtige kinderen, vijf organisaties, zeven functies, vijf huizen, twee provincies: je zou er moe van worden, niet? En dan heb ik de pandemie nog niet eens genoemd. Want eerlijk is eerlijk: die lockdown periodes zijn ons als werkende ouders toch ook niet in de koude kleren gaan zitten.

Waar ik voorheen alle ballen hoog (hoger, hoogst) wist te houden lukt mij dat plots niet meer.

Waar ik voorheen alle ballen hoog (hoger, hoogst) wist te houden lukt mij dat plots niet meer. Kleine dingen gaan mij opeens moeilijker af. Ik vergeet dingen die ik anders niet zou vergeten en maak foutjes die ik voorheen niet zou maken. Ik bracht onze oudste zoon op de verkeerde dag naar de opvang (waar ook de juffen halverwege de ochtend achter kwamen..), vergeet regelmatig de helft van de boodschappen (“sorry lieverd, wil jij nog even snel naar de supermarkt fietsen, ik ben de pasta voor de pasta vergeten…”) en het felicitatiekaartje voor vrienden die net ouders waren geworden stond na een maand nog op de kast terwijl die voorheen bij wijs van spreken na het breken van de vliezen al zou zijn gepost. Ook mijn werk gaat mij moeilijker af. Ik werk nog maar een paar uur per week maar de dingen die ik doe vragen meer concentratie en kosten meer energie.

Het niveau dat ik altijd heb nagestreefd is met een gezin met drie kleine kinderen simpelweg niet meer realistisch en is eigenlijk ook nooit realistisch geweest.

Voor het grootste deel zijn de dingen die niet meer lukken natuurlijk onbenulligheden. Er is geen man overboord als een kaartje wat later komt of niet wordt verstuurd. Maar al die dingen tezamen laten mij wel zien dat het niveau dat ik altijd heb nagestreefd met een gezin met drie kleine kinderen simpelweg niet meer realistisch is en eigenlijk ook nooit realistisch is geweest. Ik heb mijn lat inmiddels al een stuk verlaagd. Voorheen was ik de moeder die uren spendeerde aan het maken van prachtige school traktaties passend bij het thema van de, uiteraard zelfgebakken, verjaardagstaart. Inmiddels ben ik al blij als ik de opvang iedere dag weer weet te verlaten met drie kinderen, drie jassen en drie tassen. Spectaculaire traktaties zitten er voorlopig even niet meer in. 

Helaas bestaat er geen pilletje of magisch trucje dat ervoor zorgt dat ik van de ene op de andere dag weer helemaal ‘zen’ ben.

Helaas bestaat er geen pilletje of magisch trucje dat ervoor zorgt dat ik van de ene op de andere dag weer helemaal ‘zen’ ben. Ik moet op zoek naar een “nieuw normaal” en in een tijd waarin dat “nieuwe normaal” sowieso al zo beladen is, is dat niet altijd makkelijk. Het vraagt om zelfreflectie en zelfinzicht. Begrijpen wat wel en wat niet heeft gewerkt. Welke dingen energie geven of juist kosten. Hoewel ik al gauw jeuk krijg van woorden als “zelfliefde” en “zelfacceptatie” en je mij met zinnen als “je mag er zijn, powervrouw” of “jij bent goud” vooral afschrikt (sorry online coaches…) gaat het daar in de kern natuurlijk wel om. Begrijpen en accepteren hoe je in elkaar steekt, wat je nodig hebt en zorgen dat je de dingen zo gaat doen dat jij zelf weer tot je recht komt en je daarmee ook je gezin verder kunt versterken. Dat inzicht krijgen kost tijd en energie. En met mijn pragmatische en perfectonistisch aard moet ik nog oppassen dat ik niet doorsla ook: dan loopt mijn agenda zo vol met afspraken met coaches en wil ik daarnaast zoveel zelfhulpboeken lezen dat ik nog een burn-out zou krijgen van het snel willen oplossen van mijn burn-out.

De realiteit is natuurlijk ook dat het leven ondertussen gewoon doorgaat.

Ik zal de tijd moeten nemen om inzichten op te doen en dingen anders aan te pakken. En dat is lastig. Ingesleten patronen doorbreken gaat niet vanzelf. De realiteit is natuurlijk ook dat het leven ondertussen gewoon doorgaat. Ik kan niet zeggen: “Ik trek me even een maandje terug op een paradijselijk eiland bij een goeroe, laat mijn sores daar achter, en kom vervolgens als herboren terug”. Nee. Iedere ochtend staan er hier drie kinderen klaar die hun aandacht vragen en verdienen. We vliegen van school, naar werk, naar huis. Laveren tussen werkafspraken, speelafspraakjes, bezoekjes aan de tandarts/consultatiebureau/kinderarts/verzuimconsulent/coaches (en vanaf deze maand komt daar nog zwemles bij ook, help!). We proberen dagelijks op een fatsoenlijke tijd een maaltijd op tafel te zetten, het huishouden bij te houden en ook nog tijd te maken voor vrienden, familie en leuke uitjes. Het is veel en waar ik in eerste instantie dacht dat zo’n derde kind er makkelijk in zou schuiven kost een baby, hoe makkelijk ons lieve meisje ook is, gewoon veel energie. En ik houd mijn hart vast nu de herfst zijn intrede heeft gedaan en we de eerste verkoudheden weer te pakken hebben. Hallo snotneuzen, kortere lontjes en slapeloze nachten. 

Er zit een groot verschil tussen “moeten ontspannen” en daadwerkelijk “ontspannen zijn.

Het gaat niet vanzelf. En dat is oké. Hoewel ik nog steeds sneller wil dan dat het gaat en er soms ook echt wel van baal dat het is zoals het is, is dit wel de realiteit. Ik kan alles wel heel snel willen oplossen, maar iets wat zich in tien jaar heeft opgebouwd los je niet in een paar weken op. Het is net als met afvallen: te snel afvallen zorgt toch alleen maar voor een jojo-effect. Naast inzicht krijgen en dingen anders gaan doen (wat met vallen en opstaan gaat) heb ik vooral ook rust en ontspanning nodig. Maar de combinatie ontspanning en drie kleine kinderen is nu eenmaal lastig. En heb ik gemerkt dat er een groot verschil zit tussen “moeten ontspannen” en daadwerkelijk “ontspannen zijn”. Dat laatste gaat mij nog niet zo goed af. Maar goed. Het hoge woord is eruit, de eerste stappen zijn gezet en ik heb er vertrouwen in dat met de tijd de innerlijke rust weer terug zal keren.

Ik heb getwijfeld of ik deze blog zou schrijven.

Ik heb getwijfeld of ik deze blog zou schrijven. Door dit te delen stel ik mij kwetsbaar op en toon ik iets wat ik normaal gesproken liever niet zou tonen. Maar ik ben mijn blog begonnen om zowel de leuke als minder leuke kanten van het ouderschap te delen. En eerlijk is eerlijk: dit is óók het leven van een werkende moeder met drie kinderen. Van andere ouders krijg ik terug dat mijn stukjes vaak een feest van herkenning zijn en dat zij erom moeten lachen. Dat doet mij goed. Dit stuk is misschien iets minder “om te lachen”. Maar als ik om mij heen kijk zie ik veel werkende ouders, en met name ook moeders, worstelen. Dus verwacht ik dat dit stuk óók voor herkenning zal zorgen. En dat is uiteindelijk wel waarom ik schrijf. Er zullen zeker nog genoeg “leuke” stukjes volgen. Het leven is voor het grootste deel namelijk ook gewoon nog leuk. Ik geniet van onze kinderen en wat we met ze meemaken. Ik ben super trots op hoe onze oudste het doet in groep drie. Ik moet lachen om de apenstreken van onze driejarige. Ik geniet van de ontwikkelingen van ons mooie meisje. Van haar stralende lach wordt sowieso iedereen blij. Er liggen ook al verschillende schrijfsels half af op de plank te wachten: over speelafspraakjes, lunchtrommels, ophaalmomenten. Die ga ik ook zeker afmaken en delen. Maar op een wat lager tempo. En zo nu en dan zal ik misschien ook schrijven over het proces waar ik nu in zit. Al is het zeker niet altijd makkelijk, het hoort erbij, en het is goed zo.  

Delen?

You may also like...