Donderdagavond, tien voor half zeven, spitsuur. Wat vooraf ging: na een lange werkdag haal ik de kinderen gehaast op van de opvang en de bso. Ondanks dat ik wéér later ben dan me lief is roept de oudste verbolgen als ik de bso binnen stap: “ben je er nu al? Ik zit nog maar net te spelen!”. Ook fijn om jou te zien lieve schat! Met enige overtuigingskracht krijg ik hem uiteindelijk mee naar de volgende horde: de opvang. De middelste ziet mij daar al aankomen. Hij draait zich om en vlucht, al schreeuwend om papa, diep de krochten van de opvang in. De juf kijkt lachend toe: “wat is het een schatje hè?!” Ik pluk het krijsende schatje onder de verste kapstok vandaan en glimlach als een boer met kiespijn terwijl ik probeer zijn jas en schoenen aan te trekken en tegelijkertijd luister naar de voor dat moment nét iets te lange terugkoppeling van de juf. Naast mij arriveert een andere ouder. Haar dochter rent stralend op haar af. Nog voor ik mijn peuter al worstelend heb aangekleed huppelt zij al aan de hand van haar moeder mee naar buiten. Wat doe ik verkeerd?! Uiteindelijk loop ik, hoogzwanger trouwens, met een nukkige kleuter aan mijn zijde (hangry, net als z’n moeder) en krijsende peuter in mijn armen richting de fiets. Het zweet loopt inmiddels over m’n rug. Fraai beeld zal het zijn geweest.
Waarom moet ik ook altijd ALLES zelf doen?!
Helaas, het schouwspel is nog niet afgelopen. Nog voor we bij ons thuis de deur binnenstappen begint het vragenvuur: Mogen we een filmpje? Ik heb honger. Mag ik een koekje? Wat eten we vanavond? Deze laatste vraag standaard gevolgd door: “Uwl vies!” Tenzij we één van de vijf p’s eten natuurlijk: patat, pizza, pannenkoeken óf pasta pesto. Het eten komt op tafel. Komen jullie zitten jongens? Ik stel mij zo voor dat het huppelende meisje, nadat ze vrolijk heeft geholpen met tafeldekken, rustig aan tafel gaat zitten en zonder morren haar bordje leeg eet. Hier gaat het ietwat anders. Als het eenmaal gelukt is om met z’n vieren tegelijk aan tafel te zitten en de eerste happen zowaar zijn genomen is het niet lang wachten tot de oudste naar de wc vertrekt. De middelste vindt het ook wel mooi geweest en gaat demonstratief omgedraaid op z’n stoel zitten. Wanneer de oudste boos vanaf de wc schreeuwt: “Waarom moet ik zelf m’n billen vegen. Ik moet ook altijd ALLES zelf doen” en de middelste luidkeels laat weten geen hap meer te gaan nemen kijken wij zuchtend naar elkaar en naar de klok….is het al zeven uur?!
Met kleine kinderen kruipen de uren en vliegen de jaren
Hoewel het gelukkig niet iedere dag zo gaat, zijn er toch geregeld van die dagen dat de wijzers van de klok ons niet snel genoeg kunnen draaien. “Met kleine kinderen kruipen de uren en vliegen de jaren” las ik eens, een waarheid als een koe. Mijn kinderen zijn mijn dierbaarste bezit maar met enige regelmaat zou ik die bloedjes van kinderen het liefst achter het behang plakken. In het verste hoekje van de zolder wel te verstaan, zodat ik het gedempte gejammer van onder het papier ook niet hoef aan te horen. Iedere dag met kinderen zit vol verrassingen en mooie en minder mooie momenten wisselen zich razendsnel af. Zo kijk ik nog vertederd naar het eerste lachje van onze jongste dochter, een tel later poept ze alles onder en vraag ik me af hoe ik die gele vlekken ooit uit die witte romper krijg…
Minder blij word ik van het feit dat mijn huis langzaam in een museum verandert
Als ouder geniet ik van dingen die ik van te voren nooit had kunnen bedenken. Zo is onze oudste zoon gek op scherven zoeken. De appel valt met een archeoloog als vader niet ver van de boom. Het is heerlijk zijn trotse koppie te zien als hij weer een mooie blauwe scherf heeft gevonden. Minder blij word ik van het feit dat mijn huis langzaam in een museum verandert en ik werkelijk overal scherfjes tegenkom.
Sinds ik moeder ben kom ik geregeld in onverwachte situaties terecht. Zo had ik voor ik moeder was nooit gedacht op een dag een gillende, blote peuter met mijn bolle (zwangere) buik onder een wieg vandaan te moeten vissen om te gaan douchen. Spoiler: nadat hij eenmaal onder luid protest onder de douche was gezet, wilde hij er vervolgens niet meer onder vandaan en begon het geschreeuw opnieuw…
Stop hou op ik vind het niet meer leuk
Als moeder hoor ik mezelf dingen zeggen die ik voorheen nooit zou zeggen (de soms tenenkrommende oneliners van school doen het bijvoorbeeld goed: “hij zei stop hou op dus stoppen nu!”), doe ik moeilijk over dingen waar ik vroeger makkelijk in was (“Nee, je mag je broodje hagelslag NIET op de bank eten”) en makkelijk over dingen waar ik vroeger moeilijk over deed. Stond ik vroeger op het strand nog te hannessen met een handdoek omdat ik in het openbaar omkleden zo ongemakkelijk vond, ontbloot ik nu zonder gêne en public m’n borst om mijn kind te voeden. Wilt u mijn tepel niet drie tellen zien dan kijkt u zelf maar even de andere kant op.
Soms is het ouderschap ook gewoonweg even niet zo leuk
Het grootste deel van de tijd is moeder zijn fantastisch maar soms is het ouderschap ook gewoonweg even niet zo leuk en vraag je bij jezelf af “wat je er ook alweer voor terug kreeg”. Gelukkig zijn mijn partner en ik gezegend met voldoende zelfspot en kunnen wij achteraf om de meeste lastige situaties lachen. Of ik wijd er tegenwoordig gewoon een blog aan.
Ik besef goed hoe bevoorrecht ik ben met mijn drie stronteigenwijze maar gezonde kinderen en dat sommige mensen een moord zouden doen om deze lastige momenten überhaupt mee te kunnen maken. Al is dat in het heetst van de strijd met een opstandige peuter of eigengereide kleuter meestal niet gedachte nummer één. Één gedachte houdt me dan wél op de been: uiteindelijk wordt het altijd weer zeven uur!
