Algemeen

Gelijk oversteken?

Beste meneer van de gemeente, 

Laatst stond u op een woensdagmiddag voor de deur. Ik had een “melding openbare ruimte” gedaan, oftewel: ik had een klacht. Het betrof het kruispunt dat ik vele malen per week trotseer om vanuit onze wijk het centrum van de stad te betreden. Meestal met de jongste in de kinderwagen, de middelste op een “loopmotor” en de oudste op zijn (inmiddels eigenlijk veel te kleine) loopfiets. Kent u dat spelletje met die kikker en de snelweg nog? Dat is kinderspel vergeleken bij onze onderneming. Ik moet niet één maar vier kikkers heelhuids aan de overkant zien te krijgen en dat blijkt telkens weer een hele opgave.

Kort samengevat is het probleem dat er te weinig tijd is om in één keer veilig aan de overkant te komen en mijn vraag aan u was dan ook aanpassing van de afstelling van de stoplichten zodat er meer oversteektijd zal zijn. Ondanks de warmte nam u alle tijd om uw bevindingen met mij te delen. Dat deed u netjes en geduldig (onze kinderen onderbraken uw verhaal regelmatig) en ik waardeer het feit dat u persoonlijk langs kwam. Helaas kon u niks voor mij betekenen. “De afstelling van de stoplichten voldoet aan de landelijke norm” was een belangrijk onderdeel van uw reactie. Dat geloof ik ook meteen. Maar ik vermoed dat die tijden niet berekend zijn op basis van het oversteektempo van een moeder met drie kleine kinderen. Hoewel ik best begrip had voor uw standpunt, zat mij na ons gesprek toch iets dwars. Ik voelde mij niet écht begrepen. Daarom neem ik u graag eens mee op deze barre tocht in de hoop op iets meer begrip. Loopt u mee?

Ons doel is in één keer, zonder tussenstop, over te steken. 

Voor we daadwerkelijk op pad gaan nog even wat achtergrond informatie. Mijn melding betreft het grote kruispunt van waar je het centrum van Middelburg betreedt of juist verlaat richting de achterliggende dorpjes en Zeeuwse stranden. Het is een druk punt met veel verkeer. De kruising gaat deels over een brug, telt vier autobanen (waar tot vreugde van onze jongens ook groot verkeer rijdt als bussen, vrachtwagens en grote trekkers met karren), een druk fietspad waar de scholieren, toeristen op e-bikes, bewoners uit de wijk en bezorgscooters je om de oren vliegen en tot slot lopen aan weerszijden van de brug nog twee stoepen voor de voetgangers. Stoplichten moeten de verschillende verkeersstromen zo goed als het kan reguleren. Om naar de stad te gaan moeten wij oversteken van het voetpad aan de rechterkant van de brug, dwars over de vier autobanen en het fietspad naar het voetpad aan de linkerkant van de brug. Zodra het voetgangers stoplicht op rood gaat mogen de fietsers en auto’s direct rijden dus we moeten snel zijn. Ons doel is in één keer, zonder tussenstop, over te steken. Negen van de tien keer komen wij vlak voor de finish in de knel, namelijk bij het fietspad. U gaf tijdens het gesprek al aan: doe het dan in twee keer. Maar hopelijk begrijpt u zometeen waarom wij toch vasthouden aan deze “ambitieuze doelstelling”. Laten we gaan lopen. 

In een soort polonaise zonder begeleiding van een carnavalskraker lopen we richting het stoplicht.

Voor het volledige beeld neem ik u mee vanaf het begin van de brug. Daar begint de uitdaging eigenlijk al. In een soort polonaise zonder begeleiding van een carnavalskraker lopen we richting het stoplicht. Ik houd m’n hart altijd even vast als de middelste langs de balustrade van de brug rijdt. De gaten in het hekwerk zijn voor hem precies groot genoeg om doorheen te glippen en in het water van de Singel te belanden. Schaatsen op de Singel afgelopen winter was fantastisch maar een zomerse duik zie ik niet zo zitten. Ik hoor u denken: loop dan niet zo dicht langs de balustrade. Maar de stoep loopt direct naast de autoweg en is niet heel breed. Als we meer naar links gaan lopen en hij zou vallen (wat gezien de scheve tegels en onhandige motoriek van een peuter niet ondenkbaar is) ligt hij meteen onder één van zijn zo geliefde tractors. 

Met dit trek- en sjorwerk ben ik weer wat kostbare tijd verloren.

Goed, we zijn de brug gepasseerd. Nu komt het echte werk. Eerst wordt er geruzied over wie op het knopje van het stoplicht mag drukken. Als die strijd gestreden is wachten we tot het groen is. Zodra het licht verspringt verlies ik al de eerste kostbare ‘oversteek seconden’ aan het überhaupt weer in beweging krijgen van de kinderen. Of het nu door een mooie auto op de weg komt of een insect op het voetpad, onze kinderen staan bijna nooit meer helemaal “klaar voor de start”. De oudste kan inmiddels gelukkig redelijk snel en zonder hulp oversteken dus die sprint al gauw naar de overkant. Ik roep hem nog achterna: “let op voor de fietsers” en hoop dat het goed gaat. Mijn aandacht gaat naar de middelste die nog wat meer hulp nodig heeft. Snel trek ik z’n motor over het opstaande randje dat de overgang van stoep naar weg markeert, moedig hem aan snel te gaan rijden, trek ondertussen de kinderwagen recht die is blijven haken achter een scheef liggende steen en haast mij achter de jongens aan. Met dit trek- en sjorwerk ben ik weer wat tijd verloren maar we zijn weer onderweg. 

Annie en Kees sprinten er direct vandoor op hun opgevoerde e-bikes.

De finish komt in zicht. We passeren het stoepje tussen de autobanen, we naderen het fietspad en de felbegeerde stoep daarachter. Maar aangekomen bij het voorlaatste stoepje, tussen autoweg en fietspad in, moet ik opnieuw de kinderwagen en de middelste met zijn motor over verschillende hobbels heen trekken. Daarmee verlies ik de laatste overgebleven seconden en dan… verspringt het stoplicht. Annie en Kees sprinten er direct vandoor op hun opgevoerde e-bikes zonder oog te hebben voor hun omgeving en in hun kielzog staat al een grote groep scholieren klaar voor de sprint. Mijn kinderen zijn overduidelijk niet in beeld. “U kunt toch op het stoepje wachten tot de stoet voorbij is?” vroeg u nog. Maar dat stoepje is smal en hobbelig én loopt ook nog eens taps toe aan de kant waar de autoweg de bocht maakt. Met onze meute inclusief wagenpark passen we sowieso niet allemaal samen op dat stoepje maar wanneer er tegenliggers zijn die ook willen oversteken worden wij gedwongen de taps toelopende kant op te gaan. U raadt het al: als wij niet snel genoeg zijn eindigen wij met een groot deel van onze kinderkaravaan op de autoweg waar op dat moment de auto’s ook weer gaan rijden. Een benarde positie die wij liever vermijden. 

Een peuter is nu eenmaal een peuter dus helemaal gerust sta ik daar nooit.

U gaf toe dat dat stoepje inderdaad niet ideaal was om te wachten maar, zo gaf u aan, “waarom stopt u dan niet eerder?”. Tussen de vier autobanen in zit immers ook een stoepje. Ik moet toegeven: u had zich duidelijk goed verdiept in de situatie. U kon aangeven dat “dit stoepje 6 tegels breed is en daarmee ruim genoeg om te kunnen wachten”. Maar hoewel dit in theorie precies moet passen, voelt dat in de praktijk toch echt niet veilig. Ik sta dan hutje mutje met mijn kinderwagen links van de paal van het stoplicht. Mijn jongens moeten rechts van die paal staan met hun fietsjes (en dan ga ik er voor het gemak even vanuit dat er op dat moment geen andere voetgangers gebruik maken van deze tussenstop). Voor en achter ons begint het verkeer te rijden. Ik moet erop vertrouwen dat mijn kinderen stil blijven staan tot ons stoplicht weer groen is. Dat zullen ze over het algemeen ook echt wel doen, maar een peuter is nu eenmaal een peuter dus helemaal gerust sta ik daar niet… Het is voor mijn gevoel altijd kiezen tussen twee kwaden. Halverwege stoppen en tussen het drukke autoverkeer in wachten met drie kinderen, of in één keer oversteken en dan hoogstwaarschijnlijk in de knel komen met de fietsers op het fietspad. U snapt: echt ontspannen ben ik niet wanneer ik deze kruising trotseer. 

Kinderen voldoen niet aan de norm. Die van mij in ieder geval niet. 

Hoewel ik had gehoopt dat aanpassing van de stoplichten een realistische optie zou zijn (herinrichting van het kruispunt leek me sowieso al een onhaalbare zaak), begrijp ik uw kant van het verhaal. Stoplichten aanpassen is een dure grap gebleken, ik ben de enige die hier ooit melding van heeft gemaakt én feitelijk gezien ziet u ook geen aanleiding om iets te veranderen. Maar hopelijk begrijpt u mij ook.  Ja, de stoplichten zijn conform de norm ingesteld en zo’n norm zal echt niet uit de lucht gegrepen zijn. Ook zijn de stoepjes ‘in principe’ breed genoeg om op te kunnen staan. Maar de praktijk is weerbarstiger. Kinderen voldoen niet aan de norm. Die van mij in ieder geval niet. Aan het eind van ons gesprek bedankte ik u voor uw komst en zei nog lachend: “Helaas, het was het proberen waard. Dan is het gewoon wachten tot de kinderen groot zijn”. Achteraf had ik spijt van mijn luchtige reactie. Want ik diende het verzoek niet voor niets in. Het voelt onveilig op die plek en het hoeft maar één keer fout te gaan. Daarom zou ik nu anders willen afsluiten:

Meneer van de gemeente, bedankt dat u de moeite heeft genomen om persoonlijk langs te komen. Dat waardeer ik zeer. Ik begrijp dat u deze situatie niet kunt oplossen maar hoop wel dat ik uw blik een beetje heb verruimd. Dat u inziet dat de norm en de “normale” gang van zaken niet altijd hetzelfde zijn. Dat u, samen met uw collega’s, bij de (her)inrichting van een ander kruispunt niet alleen naar die norm zult kijken maar in gedachten de weg eens zult bewandelen met mijn gezin aan uw hand. Dan kunt u misschien een aantal tegels extra neerleggen, wat drempels verlagen en de stoplichten net iets langer op groen laten staan dan landelijk noodzakelijk wordt geacht. U mag mijn kinderen ook best eens een paar uurtjes lenen voor een ‘testrit’. Dan kan ik ondertussen in alle rust richting de stad wandelen. Oversteken binnen de normtijd is dan vast geen probleem. 

Delen?

You may also like...

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *