Vakantie… wat waren we eraan toe. En wat moesten we er tegelijkertijd ook aan wennen. Meteen de eerste week van mijn vakantie zijn we naar Renkum vertrokken voor een tiendaagse vakantie met het gezin. Op dag drie, na het zoveelste dramatisch einde van wat weer een leuk uitje had moeten worden, riepen we in de auto richting de achterbank: “Als het morgen niet anders gaat, dan gaan we naar huis!” We waren er allebei he-le-maal klaar mee. Het geld vloog de portemonnee nog sneller uit dan een peuter een beker drinken kan omstoten en in ruil daarvoor kregen we voor ons gevoel alleen maar boze blikken, gehuil en “dit is de stomste vakantie ooit!!” naar onze hoofden geslingerd. Zo hoefde het voor ons niet.
Deze vakantie is eigenlijk best leuk
En toch, zoals na de befaamde kraamtranen en babyblues de zon vaak weer gaat schijnen in de kraamweek, zo klaarde bij ons de lucht na de “vakantietranen” van dag drie. Figuurlijk gesproken dan. De zon zelf laat zich net als in de rest van het land maar bij vlagen zien. Maar er is inmiddels een balans ontstaan waarbij we nog steeds moe, maar nu wél voldaan de dagen afsluiten. Waarbij we ‘s ochtends enigszins kunnen uitslapen. De meest simpele uitjes verrassend leuk uitpakken en we zowaar sporadisch zinnen menen te horen als “deze vakantie is eigenlijk best leuk”.
Er wordt nog steeds onevenredig hard geprotesteerd als schoenen aangetrokken moeten worden of, nog erger, de tv uitgezet moet worden.
Natuurlijk blijft het ‘gewoon’ een vakantie met drie kinderen van twee, vier en zeven. Er wordt nog steeds onevenredig hard geprotesteerd als schoenen aangetrokken moeten worden of, nog erger, de tv uitgezet moet worden. Of dit nu is omdat we iets leuks gaan doen of niet. We moeten, net als altijd, continu achter de wegrennende peuter aan sprinten. Het eten is net als thuis “goor” en “vies”. Ik word nog steeds horendol van al het geluid dat ons drietal kan produceren (en de piano die in dit huis staat draagt daar niet aan bij…) en kan het aanhoudende gezeur om “voepies” (snoepjes) in de auto of cadeautjes in iedere willekeurige museumshop, marktkraam of supermarkt niet meer aanhoren.
Ontelbaar veel stenen zijn versjouwd en dammetjes zijn gebouwd in een aftakking van de Nederrijn.
Maar daartegenover staan nu ook verrassend fijne bezoekjes aan mooie kastelen en stadjes. Ontelbaar veel stenen die versjouwd zijn en dammetjes die gebouwd zijn in een zijtak van de Nederrijn. Uitgelezen boeken (meervoud ja!). Én, een waar wonder, een twee uur durend diner in een restaurant. Zonder gehuil of omgevallen bekers! Ja, daar mag voor geklapt worden. Onze dank is groot voor de surrogaat opa en oma die naast ons zaten en onze dochter de volle aandacht gaven. Dachten ze in het restaurant bij te komen van een drie dagen durende logeerpartij van hun kleinkinderen van twee en zes, troffen ze ons drietal… Gelukkig hadden ze er zichtbaar plezier in.
Zo nu en dan ervaar ik zowaar iets dat lijkt op een vakantiegevoel.
De vakantieblues hebben wij dus inmiddels redelijk achter ons gelaten. We lijken allemaal wat meer gewend aan “het nieuwe normaal”. Oké, de momenten dat je met een krijsende kleuter met keuzestress de kasteelshop verlaat of in een te kleine wc een volledig doorgelekte peuter probeert te verschonen spreken niet echt tot de verbeelding maar toch ervaar ik zo nu en dan zowaar iets dat lijkt op een vakantiegevoel. Waar ik twee dagen terug nog serieus op het punt stond de koffers te pakken en linea recta terug te rijden naar Zeeland, bestaat nu een realistische kans dat onze vakantie in Renkum langer gaat duren dan vijf dagen… Fingers crossed!
Photocredits: photo by Amy Shamblen retrieved from https://unsplash.com/photos/E2qx9Ed2qIQ
